Wat is Ontwikkelingsgericht Onderwijs (OgO)

Ontwikkelingsgericht onderwijs is gericht op een brede persoonsontwikkeling (zoals samenwerken, communiceren, initiatieven nemen, plannen maken) die altijd verbonden wordt aan kennis en vaardigheden (schrijven, lezen, woordenschat enz.)
Ontwikkelingsgericht onderwijs gaat uit van kinderen die zich willen ontwikkelen als vrije, nieuwsgierige en onderzoekende mensen. Kinderen leren door ervaringen van zichzelf en door kijken naar anderen. Kinderen leren initiatiefrijk te zijn, te communiceren, samen te werken en samen te doen met anderen. Zij leren planmatig en strategisch te denken, te handelen en zijn tot zelfsturing in staat.
De Vlinder wil hieraan een bijdrage leveren door in thema’s vakken te integreren binnen een sociaal culturele context; Met een sociaal culturele context wordt bedoeld dat samen met de kinderen een einddoel wordt bepaald waaraan in de klas naar toe gewerkt wordt. De relatie met de werkelijkheid. Bijvoorbeeld bij een thema over dieren een eigen dierentuin ontwerpen met alle aspecten die daarbij horen. Bijvoorbeeld, de dieren, de verblijven, de leefomstandigheden, de kosten van bijvoorbeeld het voer en de dierenarts, commercieel gezien/ de inkomsten, het personeel.

De kinderen ontmoeten bij ieder thema een expert of maken een uitstapje naar de echte wereld. De kinderen doen op deze manier ervaringen op met de leefwereld om hen heen bv. beroepen, culturele aspecten, menselijke relaties e.d., waarbij datgene dat binnen de school gebeurt, betekenis krijgt door de relatie met de maatschappij buiten de school.

Op de Vlinder wordt een deel van de vakken zoals rekenen, spelling, geschiedenis en Engels aangeboden door middel van een methode, omdat wij het belangrijk vinden bij deze vakken de doorgaande lijn te bewaken. Andere vakken zoals lezen, begrijpend lezen, aardrijkskunde/techniek en creatieve vakken worden binnen een thema geïntegreerd. Kinderen leren door leerstofaanbod door de leerkracht en door het zelf doen van onderzoek. Tot en met de eerste helft van groep 4 leren de kinderen door middel van spel en onderzoek in themahoeken.

Ontwikkelingsgericht Onderwijs wordt vormgegeven door:

  • Te werken met thema’s die passen bij de leeftijd, interesse en ontwikkeling van de kinderen, waarbij de kinderen zelf invloed hebben op hun leerproces en leerinhoud.
  • Binnen de thema’s gebruik te maken van een door de kinderen gekozen sociaal-culturele context. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan: de boerderij, het restaurant, woningbouw, het transportbedrijf e.d.
  • Binnen de thema’s gebruik te maken van deskundigheid en ervaring van derden. Zowel door derden binnen de school te halen, als op zoek te gaan buiten de school.
  • Gebruik te maken van coöperatief leren. Dit is een onderwijsmethode die gebaseerd is op samenwerking. Leerling zijn genoodzaakt om bij een leertaak met elkaar samen te werken. De groep wordt ingedeeld in kleine, heterogene groepen waarbinnen met elkaar gediscussieerd wordt over de leerstof, uitleg en informatie overgedragen wordt, kinderen elkaar overhoren en elkaars zwakke kanten aanvullen. Leerlingen leren niet alleen door interactie met de leerkracht, maar ook van interactie met elkaar. Het is er tevens op gericht om niet alleen jezelf, maar ook de ander verder te helpen met de kwaliteiten die het kind zelf al bezit. Ze worden uitgedaagd om zelf initiatieven te nemen, elkaar te helpen en problemen samen op te lossen. De leerkracht doet hierbij zelf bewust een stapje terug uit zijn sturinggevende rol.
  • De leerkracht begeleidt onderzoeksgroepjes met hun onderzoek, dit kan in een kleine kring met meerdere kinderen of met een duo die werkt aan eenzelfde doel. Kinderen stellen samen met de leerkracht doelen (ook brede bedoelingen) voor het onderzoek.
  • De groepen 1-2 doen onderzoek door middel van spelactiviteiten in hoeken. Onderdelen zijn; onderzoekjes/proefjes doen, spel, creatieve opdrachten, ontwikkelingsmaterialen. De kinderen ontwerpen samen met de leerkracht de inhoud van de hoeken. Zij maken plannetjes die vormgegeven worden in de hoeken. De groepen 3-4 werken vooral in circuitvorm tijdens een thema. Hierin is de doorgaande lijn vanaf de groepen 1-2 zichtbaar in de spelactiviteiten. In de groepen 3-4 worden de onderdelen aangevuld met lezen, snuffelen in boeken en het schrijven van teksten. De groepen 5-8 werken in onderzoeksgroepjes en voeren onderzoek uit door middel van bronnenonderzoek, proefjes en het interviewen van experts. Alle groepen gaan de ‘echte wereld’ in en halen experts in huis.
  • Het onderwijsaanbod is gevarieerd en gericht op de brede ontwikkeling van het kind.
  • De leerstof niet te beperken door de eindtermen van het onderwijs, vastgelegd in de kerndoelen, maar ons in de lesstof te laten leiden door het kunnen van de kinderen. De mogelijkheden van de individuele kinderen worden als leidraad gebruikt. Kinderen hebben op het eind van de basisschool niet allemaal dezelfde lesstof gehad. Ieder kind krijgt lesstof aangeboden naar kunnen. Het onderling verschil neemt op het eind van de basisschool toe en een logisch gevolg is dat de kinderen naar verschillende vormen van voortgezet onderwijs gaan, variërend van speciaal voortgezet onderwijs tot gymnasium. Lesstof naar kunnen aangeboden krijgen betekent niet dat het kind vrijblijvend bezig is. Basisdoelen zijn de kerndoelen aangegeven door het ministerie. Wij stellen duidelijk eisen aan het werk van de kinderen.

Hoe wordt een thema vormgegeven?

Op de Vlinder werken we in een schooljaar aan 5 thema’s. Ieder thema verloopt volgens een vast proces. Het proces van thematiseren bestaat uit vijf fasen.

Fase 0

OgO Fase 0-Brainstormen over een nieuw thema
Brainstormen met het team

Dit is een voorbereidende fase, waarin de leerkracht een goed thema kiest. Het raamwerk voor het hele thema wordt opgebouwd, kernactiviteiten op hoofdlijnen uitgewerkt en van doelen voorzien. Doelen, resultaten, observaties van het voorgaande thema zijn de basis voor het nieuwe thema

 

Fase 1

In fase 1 vinden de startactiviteiten plaats waarmee de leerlingen zich gaan oriënteren op het thema. Deze fase duurt ongeveer een week. Startactiviteiten hebben als doel dat de leerlingen betrokken raken bij het thema, zij worden nieuwsgierig, vertellen over eigen ervaringen, stellen vragen. Voorbeelden van startactiviteiten zijn; een objectentafel, een verhaal, themaboeken, een uitstapje naar de werkelijkheid (bijvoorbeeld een museum), een film, een bezoekje van een expert. Alle vragen die de kinderen hebben, worden verzameld op een vragenwand. Samen met de leerkracht wordt er een selectie tussen dunne (deze behoeven geen onderzoek) en dikke vragen (goede vragen die nieuwe vragen oproepen) gemaakt.

Fase 1-Thema gezond leven-Startactiviteit, bezoek aan de sportschool
Thema gezond leven
Startactiviteit, bezoek aan de sportschool

De subthema’s van het thema worden dan zichtbaar. Een voorbeeld is het thema ‘dit is mijn lijf’. Subthema’s kunnen zijn; zintuigen, gezond eten, spieren, organen. Aan het eind van deze eerste fase wordt de eerste planning op basis van de resultaten van de startactiviteiten bijgesteld en uitgebreid. De eerste onderzoeksplannen worden gemaakt. Ook wordt duidelijk naar welke eindproductie (sociaal cultureel product) wordt toegewerkt.

 

 

Fase 2

Fase 2 is de uitvoeringsfase. Deze fase duurt ongeveer 3 weken. De groep is nu echt aan het werk met het thema en de spel/onderzoeksactiviteiten.

OgO_Fase_2-Reizen_over_de_Wereld-Stewardessen_op_bezoek.jpg
Thema; reizen over de wereld.
Stewardessen op bezoek (experts)

Daarnaast krijgen de kinderen door middel van minilessen en themateksten leerstof aangeboden. De groepen 1 tot en met 4 starten met het maken van een plan over de inrichting van de themahoek. Het onderzoek in de groepen 4 tot en met 8 bestaat uit drie onderdelen; onderzoek door middel van boeken (en computer) het doen van proefjes en bouwactiviteiten ontwikkelen vraaggesprekken voeren met experts. Tussentijdse evaluaties zorgen voor continuïteit en reflectie. De leerkracht zorgt ervoor dat alle kinderen mee kunnen blijven doen, door instructie en coaching bij alle kernactiviteiten.

 

Fase 3

OgO_Fase_3-Dit_lezen_wij-Een_boekwinkel_bouwen.jpg
Thema; dit lezen wij.
Een boekenwinkel ‘bouwen’

Fase 3 is de afrondingsfase. Deze fase duurt ongeveer een week. Als de spel/onderzoeksactiviteiten goed zijn uitgediept en de leerlingen hun onderzoek kunnen afronden gaat de aandacht naar activiteiten om het thema mee af te sluiten. De kinderen kiezen met de leerkracht hoe hun eindproduct wordt vormgegeven. Bijvoorbeeld het maken van een boek, een krant, informatiefolders voor dierentuin, het maken van een film, een rondleiding door een kasteel.

Fase 4

Deze fase duurt ook ongeveer een week. De resultaten worden gepresenteerd aan kinderen uit de klas en/of ouders.

OgO_Fase_4-Hier_wonen_wij-Eindproduct_een_zelf_ontworpen_Vlinderwoonwijk.jpg
Thema; hier wonen wij.
Eindproduct ‘een zelf ontworpen Vlinderwoonwijk

Dit kan door middel van een presentatie aan klas en of door ouders. Ouders worden dan uitgenodigd om op bezoek te komen in bijvoorbeeld het informatiecentrum van een nieuwe wijk. Zij mogen de producten van het onderzoek bekijken en vragen stellen. In de laatste fase is het de leerkracht die terugblikt op het thema en alle bevindingen op een rijtje zet, de uitkomsten evalueert en deze omzet in nieuwe plannen/doelen voor volgende thema’s. De eindproducten worden beoordeeld, evenals het proces. Doelen die gesteld zijn ten aanzien van samenwerken en inzet/betrokkenheid worden hierin meegenomen.